Een vijftigste verjaardag wordt vaak uitbundig gevierd, al dan niet met een Sarah of Abraham in de tuin. Je hebt al een leven achter je, maar bent nog jong genoeg om plannen voor de toekomst te hebben. In deze serie vragen we vijftigjarigen: waar kom je vandaan? Wat doe je in het dagelijks leven? Welke verwachtingen of ideeën heb je voor de toekomst? Deze keer het portret van de vijftigjarige Mathijs Scholz.
“Ik heb een warme jeugd gehad waarin ik veel buiten speelde. Uiteindelijk ging ik naar de havo, maar aan leren had ik een broertje dood. Uren achter mijn bureau zitten, ik kon dat niet. Ik herinner me dat ik op een dag thuis kwam en tegen mijn moeder zei: ik heb twee negens op mijn rapport. ‘Vast niet voor Frans en Duits’, zei mijn moeder. Dat is samen een negen, antwoordde ik. De negens waren voor gym en geschiedenis, die vakken vond ik leuk. Ik las ook van jongs af aan de krant.
Thuis was ik een lastige puber die alles deed wat God en de mensen verboden hadden: brommers opvoeren met vrienden, roken en af en toe een jointje. Mijn ouders lieten ons vrij, achteraf gezien had dat voor mij strenger gemogen. Hard drugs heb ik trouwens nooit gebruikt. Ik zag hoe sommige vrienden daarin bleven hangen, dat vond ik eng.”
Uiteindelijk naar de politieschool
“Na de havo, wist ik niet wat ik wilde en heb ik een aantal jaar in een groentengroothandel gewerkt. Dat was even leuk, want je verdiende geld. Uiteindelijk koos ik voor de politie, vooral door de ouders van een vriend die beiden bij de politie werkten en er enthousiast over vertelden. Tijdens de sollicitatieprocedure kwam die 9 voor gym trouwens goed van pas, want daar hoorde ook een stevige sporttest bij.
Op mijn 19e ben ik naar de politieschool gegaan, eerst voor de opleiding tot surveillant van 9 maanden en na een jaar werken in de praktijk ging ik naar de opleiding tot agent. In die tijd heb ik veel geleerd zoals samenwerken, verantwoordelijkheid dragen en wat groepsdynamiek betekent.”
Feest om tijdens de vierdaagse te werken
“In het beroep van agent trok me vooral de spanning en de uitdaging van het boeven vangen aan. Ik begon met straatdiensten in het basisteam. Na een aantal jaar werd ik motoragent, ik vond de vrijheid die je als motorrijder had geweldig.
Ook was het een feest om bij de Nijmeegse zomerfeesten tijdens de vierdaagse te werken. Dan zijn er honderdduizenden mensen in de stad en er zijn weinig echte incidenten. Het was warm, je liep lekker in je bloesje door de stad en alles was feest en vrolijkheid. ‘s Ochtends stonden dronken studenten de eerste wandelaars aan te moedigen.”
Nu: inspecteur bij de forensische recherche
“Na 15 jaar op straat kwam ik als hoofdagent bij de recherche te werken. Na drie jaar werd ik brigadier senior bij de afdeling wapens en munitie. Vanaf mijn 20e was ik al sportschutter en had altijd al belangstelling in de techniek van wapens. Op een gegeven moment werd ik operationeel expert en als inspecteur hoofd van de afdeling wapens en munitie bij de forensische recherche. Toen kwamen er meer landelijke taken bij en werd ik ook hulpofficier van justitie. Tevens werd ik lid van het landelijke kwaliteitsnetwerk waardoor je betrokken raakt bij de besluitvorming en de richting waarin de afdeling opgaat.”
Mijn ideaal: reizen met een camper
“Inmiddels woon ik al 22 jaar met mijn vrouw en vier kinderen in Duitsland. We hebben een fijn huis met een grote tuin waarin ik me heerlijk kan ontspannen. Mijn leraar Duits van de havo zou verbaasd staan over hoe goed mijn Duits nu is. Wat carrière betreft is dit waarschijnlijk mijn eindpunt. Mijn ideaal is om na mijn pensioen met een camper door Europa te trekken.”
Openingsfoto: Mathijs Scholz. Foto: Sivana Scholz-Teterisa
Lees meer
Eerder verschenen in de serie Vijftigjarigen het portret van Erik Verweij en dat van Evelien ter Meulen. Andere persoonlijke verhalen: Ellen van Rooij schreef over kanariepietjes en poesiealbums. Thea biechtte op: Ik zie mijn kleinzoon niet meer en Karin de Lange vertelt hoe haar foto’s elk moment bewaren.