“Moest deze week ineens denken aan het versje Wees bevriend met kleine dingen”, schrijft een vriendin op Facebook. Daarbij een foto van haar poesiealbum met de tekst van dit versje. Geschreven door haar opa.

Dat was ik: die vriendin op Facebook die dat versje uit haar poesiealbum plaatste. En waar Brigitte vervolgens een verhaal over schreef op Meerdanvijftig. Zo herkenbaar. Gelijk een hele middag kwijt met nostalgie. Herinneringen aan vriendinnetjes of klasgenootjes aan wie je geen herinneringen meer leek te hebben. Aan wie je spontaan niet meer denkt. Met wie je contact had willen houden of met wie je het nog sporadisch hebt.

En inderdaad wat Brigitte schreef: in je poesiealbum bepaalde je zelf de volgorde van degenen die mochten schrijven. Ik was een pietje precies in die tijd. Vriendinnen die te dikke stiften gebruikten waardoor de teksten doorschenen op de achterkant. Grr. Of doorhalingen in een versje, niet al te subtiel weggewerkt met onhandige tekeningetjes of plakplaatjes. Slordig geplakte plaatjes of nog erger: niet bij elkaar passende plaatjes op één pagina.

versje opa ellen van rooij
De pagina’s met de bijdrage van de opa van Ellen

Nee, ik was niet blij met elke bijdrage. En dat zat niet alleen in de vorm maar soms ook in de inhoud. Zo had mijn lievelingstante (een lievelingstante of een lievelingsoom met wie je meer contact maar ook meer klik hebt) een pittig versje achtergelaten. Ik was nog geen 10 maar zij voorzag kennelijk al het een en ander. ‘Wees lief voor je moeder, snauw haar niet af, anders huil je later, tranen op haar graf.’ Ik hoef het niet eens op te zoeken. Ze heeft gelijk gekregen. Mijn moeder is overleden toen ik 26 was. Een leeftijd waarop je je ouders weer gaat waarderen na een periode van verzet, losrukken, provoceren en ander naar gedrag. Gedrag waar je later spijt van hebt maar wat ook onvermijdelijk was. En niet terug te draaien…

Ik weet niet meer wat de aanleiding was (zoals ik wel meer vergeet) om dat versje op Facebook te plaatsen maar dit was zó mijn opa. Geen willekeurig versje ergens vandaag geplukt maar helemaal zoals hij was. Hij hield kanariepietjes. Kookte elke dag eieren voor die vogeltjes en at er dan zelf ook gelijk twee op. Met zout uiteraard. Het Voedingscentrum bestond nog niet of bereikte deze vijftigers in het Brabantse niet. Met zijn grote en grove handen – hij deed het onderhoud van benzinepompen – knipte hij de nagels van de pietjes. Vol bewondering en respect zat ik daarnaar te kijken. Ook toen hij bij mij thuis kwam om mijn kanariepietje te doen, want uiteraard kreeg ik zo’n vrolijk fluitertje van hem. Eigenlijk heel zielig, alleen in een kooitje op de slaapkamer van een klein meisje.

Na het eerste, gele pietje kwam er een tweede. Een oranje. De pietjes zijn er niet meer. Mijn opa en lievelingstante ook niet. Maar nostalgie heb ik nog wel. Mijn huis staat er vol mee.

Lees meer

Het verhaal van Brigitte over haar poesiealbum, waar Ellen hierboven aan refereert vind je hier. Stella Ruisch kreeg verkering met een jongen die een kanarie hield. Ze was, in tegenstelling tot de opa van Ellen, geen fan. In de categorie ‘nostalgie’ hebben we mooie verhalen zoals Met die eethoek ben ik opgegroeid en Het communieserviesje van tante Ria.. Karin de Lange schreef over het margarinekistje dat ze koestert en de uil op de piano.