Om niet een gigantische puinhoop achter te laten als we beiden dood en begraven of gecremeerd zijn, zijn we begonnen aan het monnikenwerk om alle verzamelde schatten, prullaria, herinneringen en Joost-mag-weten-wat-allemaal uit te zoeken en weg te doen. Ik hoor om me heen dat veel leeftijdgenoten, zeventigers om precies te zijn, hiermee bezig zijn. Vandaar dat ik onze wederwaardigheden rond dat opruimen wil delen. Ik doe verslag van dit proces in drie korte stukjes. Het eerste, op 18 juni gepubliceerd, ging over papieren. Dit tweede deel gaat over het weg doen van herinneringen en het derde over wel of niet bewaren voor kinderen en kleinkinderen.
Herinneringen wegdoen
Herinneringen heb je of niet, maar herinneringen weg doen? Hoe ziet dat eruit? De herinneringen in je hoofd ruimen zichzelf op doordat je vergeet. Maar er zijn ook allerlei spullen waar je aan gehecht bent. Dat je er aan gehecht bent, geeft al aan, dat je er een herinnering aan hebt. Spullen roepen net als foto’s ook herinneringen op. Ik heb herinneringen aan op vakantie gekochte sieraden. Ook zomerjurken die onmiddellijk de Zuid-Franse kust en onze camping oproepen. Ik heb serviesgoed en zelfs een rozenstruik met een herinnering. Sloffen van mijn vader staan nog onder de kapstok. Gebakschoteltjes kreeg ik ooit van mijn moeder voor een verjaardag. Ik heb nog een compleet afgesleten beschuitbus uit mijn ouderlijk huis. Zelfs boeken waarvan ik nog weet op welke vakantie ik die las. Als ik dat allemaal moet opruimen!
Spullen zijn altijd persoonlijk
Dat maakt dat elk huis een eigen betekenis heeft voor de bewoner. Het is de plaats die gevormd is tijdens je leven. Een nieuw huis wordt ‘eigen’ als je je spullen een plek geeft. Mijn huis bestaat voor het grootste gedeelte uit spullen die ik gekregen heb. Ze zijn me dierbaar omdat ze me herinneren aan alle mensen die deel uit maakten van mijn leven. Soms een periode, soms al vanaf mijn jeugd. Dat maakt dat ik het heel moeilijk vind om spullen weg te doen. Ik pak ze om weg te doen, mijn herinnering komt op gang en… ik zet ze weer tyerug.
Theepottenmuseum
Mijn huis is te vol en daar moet ik nodig verandering in brengen om mijn nabestaanden niet met een onmogelijke klus op te zadelen. Hoeveel theepotten heeft en mens nodig? Ik heb er zes. Ik probeer ze ook allemaal te gebruiken. Mijn vensterbank heb ik omgedoopt tot theepottenmuseum voor mijn passerende buren. Twee uit twee ouderlijk huizen, één uit onze begintijd, één van mijn dochter en één van mijn schoondochter en één maakt deel uit van een prachtig Chinees porseleinen servies. En dan heb ik nog twee kleintjes, die een geheel vormen met een theekom. Geregeld ben ik bezig een keuze te maken welke via de kringloop een nieuwe eigenaar kunnen vinden. Ik kom er niet uit. De vensterbank blijft nog even mijn minimuseum. Niks opruimen.
De hoogste plank in mijn kledingkast
Ik kom er zelden, maar daar, op die bovenste plank, liggen twee hippiejurken waar ik ooit in paste. Een herinnering aan mijn slanke jeugd en dansfeestjes. Daar liggen ook oma-rokjes en -blousjes te verstoffen uit de jaren zestig toen jurken uit de jaren twintig en dertig ineens mode werden. Betaalbare mode voor arme studenten. De voorloper van wat nu vintage heet. Sowieso zijn de ruimtes boven de kasten ook gevuld met geborduurde lakens en tafelkleden. Handgemaakt, want ik was kind in de tijd dat moeders dat soort spullen zelf naaiden en maakten. Speelgoed waar mijn negentigjarige tante nog mee speelde en dito van mijn kinderen en kleinkinderen. Poppen met zelfgemaakte poppenkleertjes.

Als de kasten vol zijn, volgen er dozen en manden
In allerlei hoeken van diverse kamers liggen ook erfstukken. Zo heeft een missiepriester gezorgd voor ivoren beeldjes en afbeeldingen van papegaaien, gemaakt van vlindervleugels en heb ik een paar mooi beschilderde kistjes met ouderwetse sieraden. Niet echt kostbare, maar wel bijzondere dingen. Dozen vol met schriften van kinderen die leren schrijven. Tekeningen die ik in mijn jeugd maakte. Dagboeken die ik vol schreef over mijn puberzorgen. Als ik ooit kleiner moet gaan wonen zal ik mijzelf moeten strippen van alles dat mijn leven vormde. Om die te bewaren staan overal dozen en manden, die ik nu onder handen neem. Elk jaar dun ik de inhoud uit.
Een foto helpt niet om afscheid te nemen
Nee, opruimgoeroes, Marie Kondo voorop, een foto is géén vervanging voor het echte voorwerp. Mij helpt het in elk geval niet. Ik maak wel foto’s van spullen die ik weg doe, maar om mezelf te helpen herinneren dat ik iets weg gedaan heb vóór ik tevergeefs ga lopen zoeken naar iets dat er niet meer is. Want dat is me al een paar keer overkomen. Net als de zak met kleding voor de kringloop weer uitdunnen door er van alles tóch weer uit te halen.
Vergetelheid
Ik probeer mezelf te helpen met twee argumenten. Het eerste is dat het zonde is om iets waar iemand anders gebruik van zou kunnen maken ongebruikt onder of boven in een kast te laten liggen. Dit geldt met name voor kleding, speelgoed, servies en vazen. Dat staat er ook vaak: gun spullen een tweede leven! Zeker als daar een ander iets aan heeft. Hoe altruïstisch ook, een ander argument helpt me beter. Weg doen geeft behalve ruimte in je huis ook meer ruimte in je hoofd. Ik probeer herinneringen weg te doen om het vergeten een handje te helpen. Ik hou me dan voor dat niets het eeuwige leven hoeft te hebben. Ik gun mezelf vergetelheid.
Lees meer
Het eerste deel van deze serie over opruimen lees je hier. Lees ook het verhaal over de rozenstruik van tante Riet. Bij het opruimen kun je van alles tegenkomen. Zoals die voorwerpen van vroeger waarover we eerder schreven. Elk voorwerp van vroeger heeft een verhaal. Paasversiering die herinneringen levend houdt. Een beschuitbus waarmee je jeugd op tafel staat, een houten sigarettendoosje uit Tallinn, een poesiealbum dat je spontaan aan je opa doet denken of een communiserviesje van een tante.