
Een buitenstaander dankt ze zonder een traan te laten af. Maar de bezitter koestert de dierbare herinnering; het verhaal achter het voorwerp van vroeger. Miriam Roeloffzen-Bruijs vertelt over de betekenis van het schilderij van het klooster van de Zusters Franciscanessen van Denekamp.
In de woonkamer van Miriam Roeloffzen-Bruijs hangt een schilderij van het klooster van de Zusters Franciscanessen van Denekamp. Het komt uit de nalatenschap van haar ouders. Ze bewaart veel en mooie herinneringen aan het klooster en de omgeving.
Miriam: ‘Bij elkaar opgeteld heb ik meer dan een jaar van mijn leven op de boerderij van het klooster doorgebracht. In de meeste vakanties ging ik ernaar toe en vaak ook gewoon een weekend of dag. Mijn vader, die als een soort rentmeester voor de zusters werkte, zette mij ’s ochtends op de boerderij af en haalde mij ’s avonds weer op. Over de autostoel lag dan een vuilniszak, zodat ik hoe modderig ik ook was, zo in kon stappen.’
‘Het boerengezin had twee oudere jongens (Walter en Richard) en een meisje Dize, dat één jaar jonger is dan ik. Vanaf dat ik een jaar of vijf was, ging ik met haar spelen. Vanaf een jaar of acht, mocht ik er ook logeren. In de zomer zwommen we in het zwembad bij het kindertehuis op het terrein van de zusters. De zusters maakten sinaasappelroomijs en dat kregen we dan.’
‘Met Dize heb ik veel kattenkwaad uitgehaald. In het klooster mochten geen honden komen. Een van de zusters was wel gek op honden. We smokkelden hondjes van de boerderij het klooster in. Natuurlijk werden we wel eens betrapt. Dan werden we uitgescholden en weggestuurd. En als ik dan later aan de hand van mijn vader liep, waren ze weer superaardig. De zusters bakten koekjes en als die bij het open raam op een bakplaat lagen af te koelen, pikten we er een paar.’
‘Op zaterdag of zondag ging ik met de familie Bosgoed van de boerderij naar de kloosterkapel. En met ons gezin en mijn broer en ik later met onze kinderen gingen we naar de nachtmis op kerstavond. Eén winter herinner ik me goed. Toen was er een echt witte kerst. Een sprookje. Het sneeuwde en er stonden midwinterhoornblazers op de toegangslaan naar het klooster. Zo prachtig. Heel romantisch. De nachtmis duurde van 24.00 uur tot 02.00 uur. Na afloop kregen we bij de zusters koffie en Bienenstich. Tegen drieën reden we dan in de kerstnacht naar huis, naar Enschede.’
‘Ik ben in de kloosterkapel getrouwd. Mijn broer ook. De uitvaart van mijn vader was vanuit die kerk. Drie weken geleden was ik er nog. Even een bezoek aan de boerderij en een rondje over het kerkhof. Wel heftig. Zoveel namen van dierbaren die je herkent, die er niet meer zijn. Er is een gedenksteen voor kardinaal Willebrands. Die woonde de laatste jaren van zijn leven in het klooster. Mijn oudste dochter heeft toen ze klein was nog een keer met de kardinaal in de ambtswoning van Deken Verhaar gevoetbald.’
‘Als ik die oprijlaan in rijd, is het nog altijd een gevoel van thuiskomen. Elke keer als ik bij het klooster ben, voel ik heel erg de nabijheid van mijn vader.’
Lees meer
Bij Stella Ruisch houdt de paasversiering herinnering levend en Edwin Bruys vertelt over de eethoek waarmee hij is opgegroeid‘. De rubriek ‘Voorwerp van Vroeger’ begon met een oude margarinekist en een stenen uil van Karin de Lange. Dat deed Brigitte Leferink denken aan het communieserviesje van haar tante. En zo koestert Tonnie Janssen een lelijke theepot waarvan ze pas later het ware verhaal hoorde.