De reden waarom we het liefst  in het voorjaar of in het vroege najaar naar Mallorca gaan, dient zich in de ruim 2 uur dat de vlucht duurt naar de hoofdstad Palma de Mallorca eind mei al aan. De zomer is voor de brallerige tieners met een blikje pils in de hand, die de knop van hun gespreksvolume vol hebben opengedraaid. Daar kan een huilende peuter niet eens tegenop. Gelukkig weten we dat we deze groep toeristen zo goed als kwijt zijn bij aankomst. Zij gaan richting S’Arenal, ten oosten van de hoofdstad, wij dus niet.

Niet naar S’Arenal

De jonge kaasverkoper op de Amsterdamse markt haalde onmiddellijk herinneringen op, toen ik hem vertelde wat de bestemming was van de pondjes kaas die hij voor me vacuüm verpakte. ‘We begonnen eerst bij de Duitsers, daarna stapten we om 2 uur ’s nachts naar de Engelsen en dan natuurlijk nog een afzakkertje.’

De handtekening van Gaudí

Nee, die heeft net als de volgende generatie feestgangers zich niet vergaapt aan de prachtige kathedraal van Palma, waar de beroemde Spaanse architect Gaudí, dit jaar is het zijn 100ste sterfdag, zijn prachtige sporen heeft nagelaten. Misschien dat ze nog een dagje gaan winkelen in Mallorca’s hoofdstad maar dan blijven ze vooral hangen bij de talloze ijssalons, waarvan er elk jaar meer schijnen te komen. Zouden ze hun blik omhoog richten, dan zien ze de prachtige art deco-architectuur die Palma in het oude centrum rijk is. Schieten ze een zijstraatje in, dan lopen ze over de eeuwenoude glad gesleten keien van smalle straatjes, waar de overblijfselen van de Moorse bewoning nog te zien is.

De kathedraal van Palma. Foto: Unsplash
Uitzicht vanaf de kathedraal over Palma.
Prachtige art deco-panden in het centrum.

Voor ons werden de Phoeniciërs al verliefd op Mallorca

Wij verblijven in Santa Ponça, gelegen aan de prachtige baai, waar in de 13de eeuw Jaume I aan land kwam en vandaar uit de Moren verdreef van het eiland. Die op hun beurt daar waren gekomen na de Romeinen, de Phoeniciërs en de Grieken. Wie verder wil kijken dan de heerlijke zandstranden mag een bezoek aan het middeleeuwse ommuurde Alcudïa niet overslaan. Even ten zuiden ervan bij Ca’n Picanforte kun je op het landgoed van Son Real naar de zee lopen en daar de door overstroming bedreigde graven van de necropolis van de Talaiot bezoeken. Voor even stap je dan in de tijdmachine en kun je je verbeelden hoe voorgangers hier met hun houten schepen landden en voor ons verliefd zijn geworden op dit vruchtbare, rijke eiland.

Wandelen over de muren van middeleeuws Alcudía.
Op het landgoed van Son Real leer je meer over de allereerste bewoners van Mallorca.

Sóller

Vanuit Palma kun je nog met het stoomtreintje naar een andere sfeervolle stad: Sóller. Het spoor is aangelegd rond de vorige eeuwwisseling toen de kisten sinaasappels en citroenen van de boomgaarden uit de buurt niet genoeg konden worden aangesleept. We raken niet uitgekeken op de buurt van Sóller, waar we gewapend met zonnehoed en fles water ook dit jaar een wandeling maakten naar de nabijgelegen romantische dorpen Biniaraix en Fornalutx.

Serra de Tramuntana

Voor de wielrenners en de avontuurlijk ingestelde wandelaars is er op Mallorca de Tramuntana, het gebergte waar in de stroom toeristen toch nog de oude cultuur van Mallorca is op te snuiven. De ruige natuur is bij uitstek geschikt voor het trainen van de beenspieren. Uitrusten kan dan bijvoorbeeld in Valldemossa, de plek waar Frederic Chopin en zijn geliefde Georges Sand zich in de 19de eeuw terugtrokken. In de schaduw van het Kartuizer klooster hoopten ze dat de gezondheid van de componist zich zou verbeteren.

Het trammetje van Sóller. Foto: Pixabay
De Serra de Tramuntana zorgt voor onvergetelijke vergezichten.

Het toerisme begin bij Son Marroig

Het is niet voor te stellen dat ruim een eeuw geleden het eiland werd bewoond door voornamelijk boeren en vissers die een armoedig bestaan bij elkaar moesten harken. Met de komst van de Habsburgse aartshertog Ludwig Salvator was het met hun rust gedaan. Hij betrok in het noorden van Mallorca Son Marroig en vertelde aan wie het horen wilde hoe mooi het eiland was. Zo mooi, dat het jaar voor ons niet kan voorbijgaan, zonder het eiland te bezoeken. Maar dan wel vóór dat het kwik boven de 35 graden uitkomt en brallende jongeren én de stroom huurauto’s van toeristen de wegen in en om Palma verstoppen…

Meer lezen

We schreven al eerder over het romantische Son Marroig, waar het ooit begon voor toeristisch Mallorca. Naar Sevilla voor de Semana Santa? Sla dan ook Mallorca niet over. En als je er dan bent: vergeet niet de lokale specialiteit sobresada te proeven. Maar sla S’Arenal over. Waarom? Daarover schreef Brigitte Leferink in ‘de zaak Mallorca’.

Openingsfoto: Uitzicht op het noordoosten van Mallorca vanaf het Santuario de San Salvador. Alle foto: ©Stella Ruisch tenzij anders vermeld.