We starten een portretserie van vijftigjarigen. Een vijftigste verjaardag wordt vaak uitbundig gevierd, al dan niet met een Sarah of Abraham in de tuin. Je hebt al een leven achter je, maar bent nog jong genoeg om plannen voor de toekomst te hebben. In deze serie vragen we vijftigjarigen: waar kom je vandaan? Wat doe je in het dagelijks leven? Welke verwachtingen of ideeën heb je voor de toekomst? We trappen af met Erik Verweij.
Erik Verweij
“Het verschil tussen 49 en 50? Een feestje met familie en vrienden. Er zijn veel mensen die het niet halen. Ik ben dankbaar voor elke dag die ik krijg.”
“Ik groeide op in Woerden als zoon van een melkveehouder. Je woont wat verder van de stad. Na schooltijd had je geen vriendje om de hoek om mee te spelen. Ik vermaakte mezelf op de boerderij. Televisie kijken tot mijn moeder zei: ‘Je hebt lang genoeg gezeten, ga je vader helpen’. Dan ging ik naar buiten en kreeg een klusje in mijn handen geduwd. Toen ik een jaar of acht was, reed ik al op de trekker. Dat mocht eigenlijk niet, maar ja, niemand gaf daar wat om. Ik ben wel een keer tegen een schuur aangereden, maar vond het verder niet gevaarlijk.”
Mijn oom als voorbeeld
“Op de HAVO koos ik een vakkenpakket waarmee ik naar de HTS of de Agrarische school kon. Ik heb nagedacht over wel/niet de boerderij overnemen. Uiteindelijk koos ik voor de HTS. Ik vond processen en techniek interessanter dan de veehouderij. Een oom had civiele techniek gestudeerd en was directeur bij een groot bedrijf geworden. Hij was een voorbeeld.”
“Leren ging heel makkelijk. Ik dacht er nog even over om aansluitend naar de universiteit te gaan, maar vrienden werkten allemaal, dus niet in mijn eentje naar de uni. Wel heb ik naast mijn werk een extra studie gedaan. Een jaar of drie zaterdags naar Amsterdam voor een opleiding beton- en staalconstructeur. Er schreven zich zestig mensen voor in. We pasten niet allemaal in het lokaal. De eerste zaterdag zat ik op de gang, de tweede ook op de gang maar bij de deur en de derde zaterdag zat ik in het lokaal. Slechts dertig procent haalde de opleiding.”
“Ik begon als tekenaar, na vier maanden vertrok ik naar een ander bedrijf. Daar heb ik alle facetten van het vak gezien en veel geleerd. Ik mocht al snel mijn eigen projecten doen. Na tien jaar gewisseld van baan. Van een klein bedrijf met acht medewerkers naar een groot bedrijf met zo’n vijfendertig medewerkers en grotere projecten. Geen dakkapellen en uitbouwen meer maar bijvoorbeeld scholen en verpleeghuizen; ook in mijn eigen woonplaats. Leuk om daar bij betrokken te zijn.”
Toekomstplannen
“Blijf ik dit doen? Dat vraag ik me af. Blijf ik in dit ritme zitten? Herhaling wordt een valkuil. Dan word je minder inventief. Drie jaar geleden begon een project waar alles in het Engels gaat, begeleiden van een ingenieursbureau in India. Ik heb genoten van alle nieuwe dingen. Dat project wordt nu afgerond. Dus, wat nu? Ik ga werken met nieuwe software, dat is ook een uitdaging. Misschien nog andere taken erbij. Acquisitie of zo. Veel mensen zijn tevreden met te herhalen wat ze altijd doen. Dat is prima, maar dat ligt niet in mijn aard.”
“Ik heb helemaal nog niet verteld dat ik zo’n vijfentwintig jaar geleden een leuke vrouw heb ontmoet. We kregen samen vijf kinderen. Dat is niet vanzelfsprekend. We hebben op de eerste drie jaar moeten wachten. De laatste was een verrassing. De jongste is een mooi mannetje hoor. Ik sta weer langs het voetbalveld. Dat houdt je jong.”
“Dit jaar krijg ik een nieuwe uitdaging: fractievoorzitter in de gemeenteraad. Dat had ik vorig jaar niet bedacht. De vraag kwam onverwacht. Maar mijn uitgangspunt is: geniet van alles wat op je pad komt. Loop er niet voor weg, er is altijd wel iets te doen.”
Lees meer
Ben je benieuwd naar meer persoonlijke verhalen? Lees bijvoorbeeld de serie Hemd van het lijf waarbij we een kijkje namen in de kledingkast van heel verschillende mensen. Of Het bijzondere leven van Piet Kuiper; de herinneringen van Edwin Bruijs die vertelt Met die eethoek ben ik opgegroeid; Stella Ruisch die zegt dat ze domweg gelukkig is met haar kleinkinderen en Karin de Lange die vertelt hoe een familievete een doopjurk tot een bitter aandenken maakt.