Twee jaar geleden reden Karin de Lange en haar man door de Toscaanse heuvels en bezochten de ene middeleeuwse stad na de andere. Zo bezochten ze wel meer zuidelijke oorden. Tot ze besefte dat ze steden als Siena en Florence beter kende dan het noorden van Nederland. Zo werd het idee geboren voor een ontdekkingstocht min of meer langs de Waddendijk. Een tocht langs terpen en wierden.
De Waddendijk maar geen Waddenzee
Helaas kozen we november voor drie dagen in het noorden. Koud en nat vooral. Maar ook zeer indrukwekkend en interessant. Gelukkig hadden we geen wandel- of fietstocht gepland en zo trekken we per auto van het ene dorp naar het andere. Langs een route min of meer parallel aan de Waddendijk. We verkneukelen ons met een zonnetje bij vertrek maar halverwege de Afsluitdijkdijk rijden we een dikke waterige wolk in. Mist zover het oog reikt en dat is niet ver….We zien niets van de Waddenzee en het landschap beperkt zich tot de sloot en de wei aan de zijkant van de weg. Af en toe doemt er ineens een dorp op, vlakbij met kerk. En toch valt er veel te zien!
Drie uur in het Planetarium in Franeker
Onze eerste halte in de buurt van de Waddendijk is het Planetarium van Eise Eisinga waar we op tv iets over gezien hebben. Dit planetarium is sinds 19 september 2023 officieel UNESCO-erfgoed als oudste nog werkend planetarium ter wereld. Drie uur lang verdiepen we ons in de onzichtbare wereld om ons heen. Adembenemend ingewikkeld is het planetenstelsel aan het plafond van Eise’s huiskamer, felblauw geschilderd met koperen bolletjes als planeten. Al het rekenwerk dat het moet hebben gekost. Dan het maken en instellen van alle radertjes die het uurwerk aan de praat houden. En dat zonder computer!

Planetarium en wolmakerij
Het planetarium houdt al sinds 1781 stand en volgt de planeten in hun baan om de zon. Een trap hoger is aan het plafond het ingenieuze raderwerk te zien dat het planetarium in beweging houdt. In het museum tonen filmpjes en installaties ons heelal. Het geld voor het planetarium verdiende Eise Eisinga met een wolmakerij. Die is ook te bezichtigen en hier zie je hoe schapenwol veranderd in kleurige draden. Naast het museum, het woonhuis en de wolmakerij is in een derde pand een brasserie, gevestigd in een oude koffie- en theewinkel annex bakkerij. Dat komt goed uit.
Geschiedenis in aardlagen
De volgende morgen leidt de route langs de Waddendijk ons naar een kennismaking met terpdorpen. Die hebben we nog niet eerder in het echt gezien. Hegebeintum blijkt meteen de oudste en de hoogste. We bezoeken er het kenniscentrum en leren zo over het ontstaan van de terpen tussen 600 voor Christus tot 1100 na Christus. Tot de komst van zeedijken, was het de manier om droge voeten te houden. Daarvoor moesten ze wel regelmatig worden opgehoogd met klei en mest. Zo werden de meeste 7 meter hoog en die van Hegebeintum spant de kroon met 9 meter. In de aardlagen van de terp zijn uit elke periode wel resten gevonden. Zo is er een skelet gevonden van een vrouw, botten van mensen en dieren, potscherven, gereedschap en, de mooiste van alle vondsten, een mantelspeld uit 700 na Christus. Met een gids bezoeken we ook het nabij gelegen Harsta State.
Op het grafbord van Harsta State ontbreekt de top
Zo worden we meegenomen in het verhaal van de terp en zijn bewoners. Langs het pad naar de kerk staan nog hun grafstenen. De diverse telgen van het geslacht Van Nijsten die Harsta State bewonen, zijn niet oud geworden, zien we. De laatste telg stierf kinderloos op negentienjarige leeftijd. Het grafbord in de kerk met erop twee takken waar de top ontbreekt is het symbool daarvan. Na de kerk lopen we dan naar de Harsta State, het landhuis dat uiteindelijk door 3 geslachten werd bewoond. De laatste bewoonster van Harsta State was Miele van Andringa De Kempenaer- De Schepper. Zij overtrof de jong gestorven bewoners door tot haar 93ste de zomers op Harsta State door te brengen. De zaal is een museum met een historische weergave van de barokke 18e eeuw aan de hand van talloze voorwerpen die herinneren aan de bewoners. Om het huis is een prachtige tuin in Engelse landschapsstijl te vinden met Stinsenplanten, die van oorsprong rond landhuizen en boerderijen in Friesland te vinden zijn.
Van Dokkum naar Delfzijl
Daarna volgen we de Waddendijk richting Dokkum. Wij hebben bij geschiedenis nog moeten leren hoe hier in 754 Bonifacius werd vermoord. Nu zijn er aan de missionaris een kerk en een kapel gewijd. Bij de kapel is een zoetwaterbron, die volgens de legende door het paard van Bonifacius uit de grond gestampt is. Voor de Friezen was een zoetwaterbron een wonder. Dat maakte dat er bier gebrouwd kon worden! En zo kun je met een biertje in de hand Bonifacius herdenken! Na Dokkum gaat de tocht naar het Groningse Delfzijl. Onderweg bezoeken we in Appingedam de ‘hangende keukens’. Uitbouwen aan de middeleeuwse woningen die boven het Damsterdiep ‘hangen’. Delfzijl is dan de ’tegenhanger’ van het sfeervolle eeuwenoude Appingedam. Zielloos is de beste omschrijving voor de verzameling lelijke gebouwen. De haven en Eemsmonding bieden gelukkig tegenwicht. Het Eemshotel is een icoon aan het water. Het pad op palen dat we volgen loopt via een monumentale brug rond een deel van de haven en de Eemsmond met prachtig uitzicht op de haven.

Foto: Stella Ruisch
Wierden en Fraeylemaborg
Vanaf Dokkum rijden we door het Noord-Groningse landschap. Hier zijn de wierden, de Groningse naam voor terpen. De tegenpool van Hegebeintum heet in Groningen Ezinge. Het is één van de mooiste wierden. Helaas is op de dag van ons bezoek het Wierdenmuseum daar gesloten. Maar er is troost bij de prachtige Fraeylemaborg. Het is nog ingericht zoals de laatste bewoners het hebben achtergelaten. Zelfs de zolder staat nog vol met historische spullen. Dit sfeervolle huis met allerlei kamers vormde een prettig doolhof voor de kinderen die er woonden. In een filmpje vertelt één van deze kinderen dat ze nachtmerries had van een boven de deur geschilderde man. Die schildering toont een man die ruim boven de kinderen uittorent (zie foto).
Tot slot doen we ons te goed aan koffie en taart in de brasserie. We keren met tegenzin terug naar de Randstad. Het ruime Friese en Groningse landschap lokt het komende voorjaar des te meer om andere Friese en Groningse borgen en states te zien. Dan mét bloeiende stinsenplanten.
Meer lezen
Brigitte Leferink reist regelmatig naar het noorden voor bezoek aan vrienden. En neemt dan de gelegenheid te baat om ons mee te nemen naar de mooie plekjes in het hoge noorden. Zoals naar de Groninger kerken. Zo ontdekte ze de mooiste plekjes van de provincie. De stad Groningen is zelf ook een bezoek waard, vindt Stella Ruisch. En slecht weer in het hoge noorden? Dan zijn er genoeg mooie musea om te bezoeken. Brigitte Leferink beschreef er drie: Het Fries Museum, Museum Hindeloopen en het Jopie Huisman Museum.
Openingsfoto: Hogebeintum in de mist. Alle foto’s: ©Karin de Lange, tenzij anders vermeld.




